Geef het maar toe,
er is geen houden meer aan.
Lang heb je het niet geweten,
tot de vlinders,
door je donder slaan.
Je verzet je nog,
tegen beter weten, en willen,
maar je weet het al.
Ook deze keer voor de bijl,
met gloeiende billen.
Dus je geeft wat toe,
eerst onwillig, later oogluikend.
Maar dan begint het,
de kriebel, de angst, het verlangen,
je kunt het spervuur ruiken.
Inmiddels in de knoei,
je weet raad noch daad,
hijs je de witte vlag, in overgave.
Het helpt je niks, je neus is geschaad,
en je hart is voor de raven.
Dan komt redding,
in de zoetste vorm, denkbaar.
Je hart wordt gehoord,
je roep beantwoord,
en niet van zessen klaar...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten